Partin werkt samen met




Anatomie van het PI

Sara Kinsbergen onderzoekt het particuliere initiatief. Ons dus
In mei 2012 hoopt zij met haar onderzoek te promoveren aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Maar niet alleen dat. Zij wil met haar onderzoek bijdragen aan het werk van het PI.Sara Kinsbergen: “Ik heb niet de waarheid in pacht, maar ben er wel van overtuigd dat ik in de afgelopen 4 à 5 jaar een hoop kennis heb opgedaan waar we wat van kunnen leren. Overigens is het moeilijk om te spreken over HET PI, want ongeveer het belangrijkste kenmerk van het PI is de diversiteit”.

Op 20 januari 2010 presenteerde Sara Kinsbergen voor het bestuur van Partin haar rapport De anatomie van het PI, dat tot stand is gekomen in samenwerking met Lau Schulpen. Het rapport is het resultaat van 5 jaar onderzoek naar PI’s.  Het gaat om zo’n 35 onderzoeken, eigen en van anderen. In totaal hebben zo’n 2500 PI’s meegedaan aan die onderzoeken, maar daar zit overlap in. In het onderzoek zijn de uitslagen verwerkt van de CIDIN enquête die in 2009 is gehouden onder 893 PI’s. Dat is het grootste aantal PI’s dat ooit in een onderzoek is bevraagd.
Al met al een bijzonder interessante presentatie, die u hier kunt meebeleven. Degenen onder u die meer willen weten kunnen hier het hele onderzoek downloaden.

Wat weten we over het PI?

Hoe wordt er tegen het PI aangekeken? 
De Belgische onderzoeker Patrick Develtere (hoogleraar aan de KU Leuven) en schrijver van het boek "De vrije markt van de ONTWIKKELINGSSAMENWERKING" onderscheidt drie klassieke kanalen voor ontwikkelingssamenwerking: 

  • Door nationale overheid gefinancierde ontwikkelingssamenwerking, ook wel ‘begrotingssteun’ genoemd.
  • Multilaterale hulp (door internationale organisaties als de Oxfam bijvoorbeeld);
  • NGO’s (de onafhankelijk van overheden hulpverlenende organisaties als Artsen zonder Grenzen, Stichting Vluchteling, en andere).
  • Professor Develtere noemt het PI de 4e pijler naast deze klassieke kanalen. 

PI een actor van betekenis 
Develtere stelt dat het PI ‘een actor van betekenis’ is. Even wat kenmerken: 

  • In Nederland zijn er enkele duizenden PI’s (8000 - 12.000) Het juiste aantal PI’s in Nederland kennen we niet. Er zijn veel initiatieven zonder status. Ziekenhuizen in Nederland hebben bijvoorbeeld banden met ziekenhuizen in ontwikkelingslanden, zonder dat die samenwerking is geformaliseerd.
  • Het PI kent een grote diversiteit aan activiteiten en organisatievormen. 
  • Het PI werkt met vrijwilligers en ontvangen geen directe overheidssteun. 
  • Voor het grootste gedeelte is het PI afhankelijk van donaties en giften van burgers, met andere woorden: het PI zorgt voor eigen financiële middelen en onderscheiden zich hiermee.
  • PI’s zetten in op directe hulp aan tastbare ontwikkelingsdoelen. 
  • Een groot percentage van de beschikbare middelen komt ten gunste van ontwikkelingsdoel. Het CBF acht een overheadpercentage (de gemaakte kosten voor fondswerving) van 20 % acceptabel. Het PI zit daar over het algemeen ver onder. 
  • PI’s staan dicht bij de bevolking en hebben daardoor een groot draagvlak onder de burgers. 
  • Het werk van de PI is complementair aan het werk van de overige ‘actoren. 

Stelling: 
Het PI slaagt er in om een aanzienlijke hoeveelheid extra energie en financiën te genereren voor OS
Dat is dus het positieve nieuws. 

Nu het slechte nieuws. Dat komt van onderzoeker Lau Schulpen van het Cidin. (Kennis en leergemeenschap Ontwikkelingsstudies van de Radboud Universiteit Nijmegen) Lau Schulpen komt tot de conclusie dat ‘Doe-het-zelf ontwikkelingswerkers weinig professioneel te werk gaan’ en: ‘Het werk van particuliere ontwikkelingswerkers lijkt meer op structurele noodhulp dan op duurzame armoedebestrijding.’ 
Hoewel het onderzoek van Schulpen gebaseerd is op slechts 28 onderzochte PI, is de pers er enthousiast mee op de loop gegaan en wordt inmiddels aan het onderzoek van Schulpen veel autoriteit toegekend. Het totale PI heeft met het onderzoek van Schulpen behoorlijke reputatieschade opgelopen. 

Ieder PI voor zich weet dat het anders zit. Ze weten, dat ze de wereld niet veranderen met hun werk, maar ze weten ook dat ze wél bijdragen aan de verbetering van de levensomstandigheden van mensen op een klein plekje in die wereld. Soms zelfs zo dat ze een onderscheiding ontvangen van de overheid van het betreffende land, of dat de overheid hun initiatief overneemt als beleid. Maar vaak worden deze mijlpalen afgedaan als incident. Het PI kan alleen die belangrijke vierde pijler voor ontwikkelingssamenwerking worden als er HARDE CIJFERS kunnen worden overlegd. Want: Als we willen meepraten is ons goede gevoel niet goed genoeg. 

Mede daarom is Partin opgericht: Om met cijfers in de hand de belangen van het totale PI te kunnen behartigen. 
Daarbij is het belangrijk dat iedere deelnemer zich een onderdeel voelt van Partin en dus niet schrikt als er bepaalde gegevens worden gevraagd. Die gegevens worden gevraagd om ons zelf verder te helpen en worden alleen in totalen –zonder naam en toenaam- aan derden kenbaar gemaakt.